Diagnose
Heb je last van een combinatie van de genoemde symptomen,
vraag je huisarts dan om een verwijsbrief voor de gynaecoloog. Door middel van een bloedonderzoek kan de gynaecoloog binnen 6 tot 8 weken vaststellen of er inderdaad sprake is van een vervroegde overgang. Daartoe wordt het bloed gecontroleerd op de hoeveelheid FSH (Follikel Stimulerend Hormoon) en LH (Luteïniserend Hormoon).
Bij een normale cyclus zorgen deze hormonen er voor dat de eiblaasjes gaan groeien en er een eisprong plaatsvindt. Tijdens de menstruatie is het FSH hoog. De eiblaasjes gaan groeien en zorgen op hun beurt voor de productie van oestrogenen. Met het stijgen van de oestrogeenspiegel in het bloed wordt het baarmoederslijmvlies dikker en gaat er tegelijkertijd een seintje naar de hersenen zodat de productie van FSH weer afneemt. Het LH zorgt vervolgens voor de verdere groei van het eiblaasje en de eisprong.
De eierstokken van vrouwen in de overgang zijn helemaal of nagenoeg uitgeput. Er kan daardoor geen eisprong meer plaatsvinden en er gaat dus ook geen seintje meer naar de hersenen dat de productie van FSH mag afnemen. De hoeveelheid FSH blijft daardoor stijgen, terwijl de hoeveelheid oestrogeen tot een minimum afneemt. Dit veroorzaakt de typische overgangsklachten.